|
Chronologie
|
 |
|
2011 Op zaterdag 8 Januari laat ik tijdens een solo expositie in Kunsthuis 18 in Naaldwijk enkele vruchten van mijn nieuwe werkwijze te zien. Ik laat mijn computerontwerpen op doek drukken, waar ik vervolgens weer overheen schilder. Op deze wijze ontstaan intrigerende kunstwerken waarvan moeilijk te zeggen valt welk deel geschilderd is en welk deel uit de computer komt. Het tragisch realisme dat me kenmerkt komt in ieder werk onmiskenbaar boven drijven. Ik weet de mogelijkheden die de computer biedt steeds beter te benutten. De deels digitale kunstwerken maken de tongen los tijdens de expo. In mijn galerie merk ik dat de aantrekkelijk geprijsde werken goed verkopen. De kredietcrisis is nog niet helemaal voorbij maar ik lijk het ergste achter de rug te hebben.
Ik neem het zware besluit om mijn geliefde atelier en galerie aan de Lange Geer te verlaten. De aanloop was al gering aan de Lange Geer maar met de verbouwingen aan de Capelse brug en Sebastiaanbrug in het vooruitzicht, de nabijheid van de Ontspoorzone, het aanstaande vertrek van het Legermuseum en de toekomstige verkeersituatie maken het vervelende maar geen moeilijke beslissing. Mijn oog valt op een leuk pand aan de Nieuwe Langendijk 10. Uitstekend bereikbaar en de Koepoortgarage op slechts 3 minuten lopen. De Grote Markt is nog dichterbij. De Nieuwe Langendijk is een gezellige en gevarieerde winkelstraat waar veel toekomst in zit. In de eerste week van Mei zal ik verhuizen, de feestelijke openingsexpositie: Galerie de Kunstkop 2.0 staat gepland op Zondag 5 Juni..
2010 Na enkele weken met een campervan door een waarlijk paradijs te hebben gereden valt het niet mee om weer terug te komen in ons grijze kikkerland. Het is er ijzig koud, de dagen zijn kort, de gezichten lang en de galerie is bedekt door een dikke laag sneeuw en ijs. Vol goede moed en frisse energie pak ik echter de penselen weer op en begin gelijk met een schilderij, waar de gemiddelde 1.40 meter lange, met as beschilderde, in een eucalyptus boom wonende hardcore Aboriginal met woeste krullenbol zich niet voor zou hoeven schamen. Het is het eerste abstracte werk dat ik in jaren maak en het is gelijk raak. Er zitten invloeden in van Aboriginal kunst maar er zijn ook duidelijke raakvlakken met mijn eerdere werk. Het minitieuze, de kleuren en het ritme. Er zit zelfs een vleugje humor in, maar dan op een abstracte manier. Op mijn expositie “No Worries Mate”van Zondag 25 April zijn enkele van deze op Down Under geinspireerde kunstwerken te zien.
Voor het zover is vindt er een verschrikkelijk catastrophe plaats in Haiti. Mogelijk honderdduizend slachtoffers worden onder het puin begraven. Een verhaal van een man die zijn tweeling onder het puin van zijn huis wel hoorde roepen, maar ondanks wanhopige pogingen niet kon vinden doet me besluiten dat ik iets moet doen. Samen met 10 andere Delftse kunstenaars organiseer ik de gezamelijke expositie "11 voor Giro 555". Voor het eerst worden de muren gevuld met kunstwerken van anderen. De expositie is een succes. Het wordt een gezellig drukke dag waarbij meer dan twee duizend euro wordt opgehaald voor het goede doel. Het voelt goed om me weer eens in te zetten voor iemand anders dan mijzelf.
Op 5 November komt opnieuw een droom in vervulling, samen met Nina Voets organiseer ik de eerste Museumnacht Delft. Al in 2007 ben ik begonnen met de culturele instanties in Delft warm te maken voor een museumnacht maar pas in 2010 is er voldoende draagvlak en middelen. De avond wordt ondanks het erbarmelijke weer een stormachtig succes. Ruim 2500 bezoekers zorgen voor een onvergetelijke culturele avond. Bijna alle galeries geven aan nooit meer bezoekers te hebben gehad op een dag. Het heeft me vier maanden full time werken gekost. Een mooie en leerzame klus maar ik ben blij als het voorbij is en ik me weer kan concentreren op het schilderen.
2009 Je kan de klok er op gelijk zetten. Op het moment dat je de schilderijen niet aangesleept krijgt en je tot je verbijstering moet constateren dat de galerie als een trein loopt slaat plotseling het fenomeen Kredietcrisis toe. De eerste drie maanden van het jaar merk ik er nog weinig van maar daarna deel ik ook mee in de mondiale malaise. Het kopen van schilderijen heeft even geen prioriteit bij de mensen. De omzet is mager, zeker in vergelijking met vorig jaar. Mijn plezier in het schilderen heeft er echter niet onder geleden. Bovendien zitten er ook voordelen aan. Na 2008 was mijn voorraad schilderijen flink uitgedund, zodanig dat ik nauwelijks voldoende schilderijen had om op te hangen in mijn galerie. Dat probleem is voorlopig opgelost. Het schept ook de ruimte om een andere droom te realiseren die ik al jaren heb. In November en December van 2009 trek ik samen met mijn gezin enkele weken met een campervan door Australie en Nieuw Zeeland. Een overweldigende ervaring, die zeker zijn sporen zal achterlaten in mijn werk. Vooral de kunst van de Aboriginals, met wie ik werkelijk niets gemeen heb, boeit me mateloos. Als kunstenaar en als mens zal ik groeien van deze reis.
2008 Het jaar 2008 begint rampzalig. Volkomen onverwachts wordt er een kwaadaardig kankergezwel gevonden in mijn rechternier. Aanvankelijk vreest men dat het ook in mijn longen en lympheklieren zit. Vooral de grootte baart veel zorgen, 12 x 13 cm meet het monster. Vooral de gedachte dat mijn dochters mogelijk op zullen groeien zonder hun vader is ondragelijk. Op 28 Januari wordt mijn rechternier verwijderd. Tot mijn grote opluchting blijken er geen uitzaaiingen te zijn. De doktoren schatten de kans dat de kanker ooit terug komt op 14%. As good as it gets zeg maar. In April geef ik alweer een nieuwe expositie maar het herstel, geestelijk en lichamelijk, vordert langzaam. Zeker een half jaar lang worstel ik met mijzelf en mijn lichaam. Ik ben snel vermoeid en lijk soms een vreemdeling voor mijzelf. Maar ieder nadeel heeft een voordeel, 2008 is een van mijn beste jaren geworden wat schilderen betreft. Sinds mijn operatie is het menes en geef ik alles wat ik in me heb. Ik experimenteer met nieuwe stijlen, nieuwe materialen en nieuwe vormen. Ik schilder alsof de duivel me op de hielen zit. Ik maak een revolutionaire serie schilderijen van mensen uit de jaren 50 met 3D brilletjes die in een bioscoop zitten. Ze lijken iets in mij te zien waarvan ik zelf geen weet heb en deinzen verschrikt terug. Ook in mijn normale werk treedt een subtiele verdieping op. Ik verkoop in de tweede helft van 2008 dan ook zoveel schilderijen dat ik met een geheel nieuw probleem kom te zitten: ik hou geen kunstwerken meer over. Wat moet ik nog aan de muren van de galerie hangen? Maandenlangs hangen er vooral verkochte en gereserveerde werken. Een luxe probleem misschien maar geen groter probleem dan een luxe probleem. Let maar op voetbaltrainers. Als ze zelfverzekerd beginnen te wauwelen over luxeproblemen omdat ze meerdere spelers voor één positie hebben staan ze aan de vooravond van een dramatisch terugval. Vraag maar aan Marco van Basten. Toch vervult het feit dat ik inmiddels kan leven van datgene wat ik liefste doe me vooral met grote dankbaarheid.
2007 De openingsexpositie wordt druk bezocht en is een groot succes. Het merendeel van de geëxposeerde doeken wordt verkocht. Voor mij is het andermaal een droom die uitkomt. Het jaar 2007 verloopt zowiezo succesvol. Ik krijg veel opdrachten en er worden veel schilderijen verkocht. Ook mijn chinese kunstwerken lopen goed. Er verschijnen regelmatig artikelen in de (regionale) kranten en tijdschriften. Mijn expositie "Made in China" haalt zelfs de voorpagina van de AD/ Haagse Courant. Ik ga iedere dag fluitend naar mijn werk. Ik realiseer me ten volle dat ik een bevoorrecht leven heb. Nooit eerder in mijn leven heb ik het gevoel gehad mijn talenten zo volledig te benutten. Het valt alleen niet altijd mij om mijn tijd te verdelen tussen de galerie en mijn gezin. Er blijven weinig vrije uren over en het is hard werken. Ook moet ik wennen aan de nieuwe ruimte en mijn nieuwe rol als galeriehouder. Lang niet alles gaat goed maar over inspiratie heb ik weinig te klagen.
2006 Iedere week zorg ik één dag voor de tweeling en het is zonder meer de beste dag van de week. Ik heb er nog geen slechte dag tussen gehad. Niets kan je voorbereiden op de golf van liefde die je overspoelt als je die twee kleine meisjes in je armen hebt.
In 2006 begin ik tevens met een nieuw experiment. Ik ontwerp al mijn schilderijen tegenwoordig in de computer. Van deze ontwerpen maak ik een print die naar China wordt gestuurd. Daar zijn vele getalenteerde en uitstekend geschoolde schilders, die vroeger portretten van de communistische leiders maakten maar tegenwoordig hun brood verdienen met opdrachten uit het buitenland. Deze Chinese kunstenaars schilderen vervolgens mijn ontwerpen. De resultaten zijn verbluffend.
Datgene wat ik in 2005 nog vreesde, maar in 2006 al hoopte wordt bewaarheid. Caroline en ik worden allebei ontslagen. We trekken een mooie fles champagne open als we onze ontslagbrief krijgen. Mede dankzij een uitstekende ontslagregeling kunnen we allebei onze droom realiseren. Caroline zorgt een jaar voor de tweeling en ik besluit fulltime kunstenaar te worden. Ik huur in Delft een verdieping van een oud grachtenpand om daar mijn atelier en galerie in te vestigen. Een half jaar lang wordt het merendeel van mijn tijd in beslag genomen door het verbouwen van de galerie en het opzetten van mijn bedrijf. Zondag 5 November is de officiële opening.
2005 Maar mijn catalogus is niet de enige droom die in 2005 uitkomt. 2005 zal een de meest ingrijpende jaren uit mijn leven worden. Een vijftal jaren heeft mijn leven feitelijk stil gestaan. In Mei organiseer ik mijn eerste solo-expositie in galerie Artipico. De expositie is een succes, er komen veel bezoekers en er wordt goed verkocht. Zelf ben ik vooral blij dat mijn allerlaatste schilderij, een bewerking van een portret van Rembrandt in mijn eigen stijl, het beste in de smaak valt. Het is altijd stimulerend als mensen een nieuw ingeslagen weg waarderen. Ik besluit een hele serie klassieke bewerkingen te maken. Ik verdiep mij in de bibliotheek in de methoden van de oude meesters en zie dat mijn eigen techniek daarmee met sprongen vooruit gaat. Persoonlijk vind ik dat deze serie tot de hoogtepunten in mijn werk behoort.
Hetzelfde jaar krijgen we te horen dat P&O Nedlloyd wordt overgenomen door de Deense concurrent. Ik realiseer me onmiddellijk dat deze overname consequenties zal hebben voor mijn baan. Een driedaagse werkweek tegen het salaris wat ik daarvoor vang maken me bij voorbaat kansloos op een baan. Op een en dezelfde dag krijgen we bovendien te horen dat Caroline zwanger is van een tweeling. Lisa en Sophie worden 17 December geboren en zijn zonder enige twijfel de liefste, mooiste en leukste meisjes ter wereld.
2004 Nog altijd experimenteer ik volop met de mogelijkheden van de computer. De nieuwste ontwikkeling is dat ik mij toeleg op steeds grotere formaten die de zeggingskracht van mijn schilderijen lijken te vergroten.
Verder werk ik hard aan een catalogus met daarin de beste schilderijen die ik de afgelopen tien jaar gemaakt heb. Bij ieder schilderij heb ik een beschrijving gemaakt wat het kunstwerk voor mij betekent of hoe het gemaakt is. Verder vertel ik iets over het jaar waarin ze gemaakt zijn. Dit maakt van mijn catalogus een uniek en heel persoonlijk document. Begin 2005 komt hij uit waarmee ik een lang gekoesterde droom, het schrijven van een boek, in vervulling zie gaan. De reacties zijn heel enthousiast. Boekhandel Coelers in Schiebroek ruimt haar complete etalage voor me in om mijn boek te promoten.
2003 De computer maakt de revolutie mogelijk waar ik naar zoek. Digitale foto's bewerk ik met mijn PC tot schetsen voor schilderijen. Ik kan naar hartelust experimenteren zonder dat het de vlotheid aantast. Bovendien verbeteren mijn achtergronden, tot dan toe vaak de achilleshiel van mijn schilderijen. De komische tragiek van mijn werk blijft aanwezig maar de voorstellingen worden realistischer. Op een expositie bij galerie Artipico in het najaar kan ik de eerste vruchten van mijn nieuwe werkwijze laten zien.
2002 2002 is een jaar van twijfels. Exposeren was altijd een belangrijke doelstelling en met het verwezenlijken valt een motivator weg. Bovendien realiseer ik me: wie niet bezig is geboren te worden is bezig om dood te gaan. Daarnaast ben ik op zoek naar een nieuwe stijl, een nieuwe manier van werken. Ik wil mijn fantasie terugbrengen in de werkelijkheid.
Ik ben inmiddels een getrouwd man, kaal maar misstaat het me niet, ik schrik me een rolberoerte als er buiten vuurwerk wordt afgestoken en als ik een Twix wil kopen vraag ik om een Raider.
2001 Mijn aanstelling bij P&ONL wordt teruggebracht tot drie dagen. Dit brengt financiële rust en voorkomt de eenzaamheid van een fulltime kunstenaarsbestaan. Ik ben immers noch een avonturier, noch een einzelganger. Bovendien stelt mijn werksituatie me in staat drie dagen per week in volmaakte vrijheid te kunnen schilderen. Voor het eerst zit er een zekere harmonie in mijn bestaan.
Halverwege het jaar heb ik mijn eerste serieuze expositie. Galerie Artipico geeft me de gelegenheid om samen met drie andere kunstenaars een tiental schilderijen ten toon te stellen. De expositie is een groot succes.
2000 Caroline en ik kopen een huis in Schiebroek. Op zolder van het huis richt ik mijn atelier in. Het is een ruimte waar mijn romantische geest zich al snel thuis voelt; veel hout, jaren 30 stijl, een krakende vlizotrap. Twee dagen schilderen blijken al snel niet voldoende.
Via Galerie Blik worden enkele van mijn kunstwerken gebruikt als decors bij Goede Tijden Slechte Tijden. Zelfs onder hypnose zal niemand het zich herinneren maar meer dan 1 miljoen mensen hebben fragmenten van mijn schilderijen gezien.
1999 Ik besluit dat schilderen de plaats in mijn leven moet krijgen die het verdient. Mijn carrière bij P&ONL gaat in de ijskast. Met veel moeite lukt me om een 80% arbeidscontract te regelen, hetgeen me in staat stelt twee dagen per week te schilderen. Een loden last valt van mijn schouders en ik kan vrijer schilderen dan ooit tevoren. In mijn stijl vindt een markante koerswijziging plaats. Van met grove penseelstreken nageschilderde foto’s ga ik over op voorstellingen die rechtstreeks uit mijn fantasie komen. Hooguit enkele details zijn geïnspireerd op polaroids. Ik schilder met fijne runderharen penselen. Weliswaar is deze stijl veel tijdrovender, maar mijn nieuwe arbeidssituatie maakt deze werkwijze mogelijk
Voor het eerst exposeer ik in een galerie. Galerie Honingen gebruikt een van mijn kunstwerken voor haar Millennium expositie. Weliswaar betrof het een miezerig tafeltje dat onverkoopbaar bleek, het voelde als een begin.
1998 Onverwachts maak ik promotie bij P&O Nedlloyd. Met de toegenomen verantwoordelijkheden neemt ook de werkdruk toe. Ik moet lange dagen maken en kom met name ‘s avonds weinig meer aan schilderen toe. Hoewel collega’s op mijn werk tevreden over me zijn ligt mijn hart er niet. Het zal niet mijn beste jaar worden wat schilderen betreft. Ik word in toenemende mate geconfronteerd met het feit dat er keuzes gemaakt moeten worden in het leven.
1997 Ik verhuis naar de Hoogstraat in centrum van Rotterdam waar Caroline en ik gaan samenwonen. Er is voldoende ruimte om daar een nieuw atelier in te richten. Het licht in mijn nieuwe werkruimte is aanzienlijk beter. Wel is de ruimte veel kleiner. Het heeft tot gevolg dat mijn schilderijen veel subtielere kleurverschillen vertonen en kleiner van formaat worden. Nog steeds zijn mijn schilderijen in belangrijke mate afhankelijk van bestaande foto’s maar steeds vaker gebruik ik voor de invulling van de details mijn fantasie.
1996 Een nieuwe depressie overschaduwt dit jaar maar heeft minder consequenties dan in 1993. Mijn besluit om een deeltijdopleiding te volgen aan de Kunstacademie in Rotterdam wordt gedwarsboomd door de toelatingscommissie. Deze is van mening dat mijn kunstenaarschap inmiddels al dermate ontwikkeld is dat de academie me weinig meer kan leren. Hoewel dit oordeel ruimte biedt voor ontmoedigende twijfel put ik er tot op de dag van vandaag motivatie uit.
1995 Voor het eerst neem ik deel aan een expositie in het Ocean Business centre in Rotterdam. Mijn schilderijen doen het goed tijdens deze expositie. Naast enkele verkopen wordt er ook een dubbelportret gestolen.
1994 Ik vervul 1001 baantjes om aan geld te komen. Halverwege het jaar ga ik werken bij P&O Containers. Bij dit bedrijf ontmoet ik Caroline, mijn huidige vrouw en de liefde van mijn leven. De vijf dagen die wij samen in Parijs doorbrengen zijn nog altijd de gelukkigste in mijn leven. Ze geeft me de kracht en de moed om te geloven in mijzelf. Mede geïnspireerd door de liefde bloeit het schilderen verder op. Ik betrek met mijn broer de zolder van een oude garage in Oud IJsselmonde waar we een atelier inrichten.
1993 Een absoluut rampjaar. Een fatale liefde op een beeldschone maar meedogenloze dame is de brandende lont in het kruitvat. Als de kruitdampen zijn opgetrokken is er van mijn leven niet veel meer over dan een rokende puinhoop. Mijn hart is gebroken, ik worstel met een ernstigste depressie, de Eneco sluit enige weken de elektriciteit af en mijn huurbaas dreigt me op straat te zetten. Ik drink meer dan goed voor me is en ik besluit mijn doelloze studie economie te staken.
Het eerste halfjaar schrijf ik met een vuur dat vermoedelijk mijn hele leven niet meer terug zal keren. Ik produceer meer dan vijfhonderd kantjes, waaronder een brief van 180 kantjes aan een vriend. 1993 markeert zowel het hoogtepunt als het einde van mijn schrijvers carrière. Na deze eruptie lijkt niets meer belangrijk genoeg om op te schrijven. Bovendien blijkt het handvol uitgevers dat ik mijn gedichten opstuur niet geinteresseerd. Op het bijhouden van mijn logboeken na besluit ik te stoppen met het schrijven. Ik maak daarentegen voor het eerst een schilderij waarin mijn talent als beeldend kunstenaar doorschemert; ik schilder een kruisigingtafereel op de verlaten stranden van Schiermonnikoog. Het is een macaber maar treffend zelfportret.
1992 Het lezen van het verhaal Buiten IJ van Nescio, waarin twee dolzinnige idealistische jongelingen een huisje betrekken in het afgelegen Schellingwou teneinde de wereld te gaan verbazen inspireert mijn broer en ik om een huis te huren op Schiermonnikoog. Het eiland is dan nog niet ontdekt door een paar miljoen ANWB leden. Er zijn meer zeehonden dan toeristen. Vol vuur en in bittere kou maken we een week lang landschappen op de verlaten stranden. Het is voor mij een openbaring, de kiem van mijn beeldend kunstenaarschap wordt in deze week gezaaid.
Mijn studie economie verloopt onverwachts voorspoedig. Ik slaag voor mijn doctoraal 1 en een nooit gewilde carrière in het zakenleven met stropdas en cognackleurige schoenen lonkt aan de horizon. Aan diezelfde horizon verschijnen ook donkere wolken.
1991 Ik slaag voor mij propedeuse economie. Mijn gedichten illustreer ik met kleine schetsjes in Oost Indische inkt en waterverf. Om bij te verdienen werk ik in de Horeca en ik kan me weer veroorloven van tijd tot tijd te schilderen. Ik verhuis van het vervallen maar charismatische oude westen naar het meer studentikoze Kralingen, waar veel van mijn vrienden wonen. Het zal een gelukzalig jaar worden, een roes waarin de zomer eeuwig leek te duren en ikzelf onsterfelijk was.
1990 Dit jaar ontdek ik het Rotterdamse uitgaansleven, waar de eerste houseparty’s worden georganiseerd. Voor het eerst voel ik mij thuis in de tijd waarin ik leef. Ik schrijf met hart en ziel maar de resultaten kunnen me maar matig bekoren. Verschillende malen maak ik een aanzet voor een boek maar wat ik wil schrijven lijkt zich niet door woorden te laten vangen. Sommigen van mijn gedichten hebben wel die kwaliteit, maar mijn humor kan ik er niet in kwijt.
1989 Ik besluit alsnog mij serieus op mijn studie te storten. Aanvankelijk gaat het uiterst moeizaam. Ik leef volkomen afgezonderd, zonder telefoon, zonder televisie. Mijn contacten met de buitenwereld komen voornamelijk tot stand via briefwisselingen.
1988 Na uitgeloot te zijn voor een studie Nederlands aan de universiteit van Leiden besluit ik Economie te gaan studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Een rampzalige keuze, ik heb me er nooit een seconde thuis gevoeld. Het eerste jaar kom ik er precies 1 keer om me in te schrijven. De rest van het jaar sluit ik me op om mij te concentreren op de klassieke wereldliteratuur en het schrijven van gedichten. Schilderen is te kostbaar; ik doe het slechts sporadisch.
1987 Ik verkoop mijn eerste schilderij, een gek in een dwangbuis die in de gevangenis zit en door een onmogelijk klein raampje naar buiten kijkt. Het wordt blijkbaar tijd om op kamers te gaan.
1986 Ik maak mijn eerste schilderijen. Mijn stijl loopt uiteen van een soort suprematisme tot aan een beklemmend realisme. Daarnaast schrijf ik mijn eerste gedichten en korte verhalen.
1985 In dit jaar ga ik zonder mijn ouders op vakantie. Samen met mijn broer vertrek ik naar Parijs, waar ik in het Centre de Pompidou de moderne beeldende kunst ontdek. Picasso is mijn grote held, uren heb ik verbijsterd voor schilderijen als de Minotaurus en le Rocking Chair gestaan. Er ging een nieuwe wereld voor me open.
1974 Mijn oudste herinneringen dateren uit dit jaar. De finale van het WK voetbal is er een van. Voor het eerst voelde ik teleurstelling over een gebeurtenis die niet direct op mijzelf betrekking had.
Mijn jeugd is verder zo gelukkig verlopen dat het een wonder is dat ik kunstenaar geworden ben. Het was een jeugd als ieder andere Nederlandse jongen. Ik droomde ervan profvoetballer te worden, de pubertijd was verwarrend en beschamend, de stad waar ik woonde was groen, warm en veilig. Ik kan me niet onttrekken aan de idee dat de jaren na mijn achttiende oneindig veel meer aan mijn kunstenaarschap hebben bijgedragen dan de jaren ervoor. Zelfs mijn leraren waren niet lelijk genoeg om terug te keren in mijn schilderijen. Ik ben pas een mens geworden toen mijn jeugd voorbij was.
1969 Ik ben geboren op 20 April in Rotterdam. Tegenwoordig woon ik nauwelijks 500 meter van de plaats waar ik geboren ben. Hemelsbreed heb ik het niet ver geschopt.
strong>
|
|
© copyright René Jacobs 2007 |